Kwart Friese peuters gaat niet naar kindercentrum

Regio

Onderzoek van het Fries Sociaal Planbureau (FSP) wijst uit dat ongeveer een kwart van de peuters in onze provincie niet naar een kindercentrum (peuteropvang of hele dagopvang) gaat.

Aanleiding voor het onderzoek is dat de Friese gemeenten willen weten hoeveel peuters naar een kindercentrum gaan. Dit is van belang voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Landelijk hebben gemeenten samen met het Rijk namelijk afgesproken dat vanaf 2020 álle peuters een voorschoolse voorziening kunnen bezoeken.

Belangrijk voor ontwikkeling

Uit onderzoek naar de hersenen van jonge kinderen blijkt dat het bezoek aan een kwalitatief goed kindercentrum van belang is voor de ontwikkeling van het kind. ,,Kinderen doen hier veel nieuwe ervaringen op met ander spelmateriaal, ze spelen met leeftijdsgenootjes en doen allerlei spelactiviteiten die de deskundige peuterleiders organiseren", aldus onderzoeker Bianca Bijlsma van het FSP. Ook de Sociaal Economische Raad (SER) geeft het advies álle kinderen van twee tot vier jaar naar kindercentra te laten gaan omdat peuters daarmee ook beter voorbereid zijn op de basisschool.

Ameland laagste bereik

Van de Friese gemeenten heeft Ameland het laagste bereik (33%) van peuters die niet naar de peuter- of hele dagopvang gaan. In de gemeente Harlingen lijken (bijna) alle peuters naar een kindercentrum te gaan. Dit heeft te maken met de subsidieregeling die deze gemeente heeft voor alle peuters. Zij mogen vanaf twee jaar gratis naar de peuteropvang. In de overige Friese gemeenten gaan ongeveer drie op de vier peuters naar de peuteropvang of een centrum met hele dagopvang.

Nieuwe Wet Kinderopvang

Ondanks het dalende aantal jonge kinderen in Fryslân, nam het gebruik van de kinderopvang wel toe. Sinds 1 januari 2018 vallen alle peuterspeelzalen in Nederland onder de Wet Kinderopvang, maar deze veranderingen werden bij veel gemeenten al eerder ingevoerd. Deze peuteropvangcentra worden daardoor nu ook geregistreerd als kinderdagverblijf. ,,Het lijkt dus alsof het aantal kinderdagverblijven en het bezoek aan deze kindercentra enorm is toegenomen, maar dat heeft vooral te maken met de administratieve wijziging. Daarnaast trok ook de economie aan, waardoor meer werkende ouders hun kind naar de kinderopvang brengen”, legt Bijlsma uit.

Waarom niet naar de opvang

Aan gemeenten is het nu de taak om in kaart te brengen waarom ouders ervoor kiezen om peuters niet naar een kindercentrum te brengen. Bijlsma: ,,Dat kan per gemeente verschillen. Bij de ene gemeente zullen de financiën een rol spelen en bij de andere gemeente is de afstand een belangrijke oorzaak. Daarom is het belangrijk dat elke gemeente dit op lokaal niveau gaat onderzoeken, zodat ze daar vervolgens hun beleid op kunnen maken.”


Auteur

Henk Albers Redacteur