Blik op het verleden (16)

Oud-Feanster Cor Dam tekent en schildert al zijn hele leven. Dam heeft dertig prenten gemaakt met beelden van Surhuisterveen in vroeger tijden (minimaal vijftig jaar geleden). Vandaag aflevering 16.

Als je in de jaren 1950 tegen iemand zei dat je van de Feanster Heide kwam, werd je bijna geminacht. De Feanster Heide lag ten westen van Surhuisterveen. Midden 1800 werd daar in opdracht van de familie Boelens, een voornaam geslacht van grietmannen, begonnen aan het afgraven van het hoogveen. Grietman is de voorloper van burgemeester, kantonrechter en rechter. Het resultaat van het werk in het veen was de turf. Turven werden onder andere gebruikt om ‘s winters de kachel te stoken. Het werk was zwaar, er werden lange dagen gemaakt en de verdienste was minimaal. Het aanzien van de heidebewoners was geen turf hoog. Hun leef- en werkomstandigheden waren ronduit slecht te noemen. De veenarbeiders woonden vaak in plaggenhutten of spitketen. Deze ‘woningen’ werden vaak in één dag gebouwd. Heideplaggen, leem, afvalhout en berkenstammen waren de bouwmaterialen. Materiaal dat kosteloos was en voorhanden. De ‘heidebewoners’ hadden vaak niet de gelegenheid officieel te trouwen. Het gemeentehuis was te ver lopen. Daarom trouwden ze ‘over de puthaak’. Hand in hand stapte het paar over de puthaak en ze waren getrouwd. De puthaak is een lange stok waarmee emmers gevuld met water uit de waterput werden getild. Kinderen uit deze huwelijken mochten de naam van de moeder dragen en niet die van de vader. Dat laatste mocht zodra de ouders officieel waren getrouwd.

Tijdens de natte herfst en de koude winter waren heidebewoners afhankelijk van de financiële steun van de diaconie of armenvoogd. Wie heeft nog foto’s van plaggenhutten?

Cor Dam stelt hij het zeer op prijs om reacties en/of aanvullingen op dit artikel te krijgen. Dam is telefonisch bereikbaar op telefoonnummer 06-51262430 en per mail via het mailadres cornelisdam@gmail.com.