Dorpsdichter Achtkarspelen: ‘Muziek zit al in de woorden’

Dorpsdichter Achtkarspelen:

Buitenpost/Leeuwarden Arjan Hut (45)uit Leeuwarden is al twee jaar dorpsdichter van de gemeente Achtkarspelen. Het eerste jaar kwam hij volop in actie bij verschillende evenementen, maar de wâlddichter kon in het afgelopen coronajaar minder vaak zijn woordkunsten laten zien. “Ik heb er een extra jaar bijgekregen gelukkig en daar ben ik heel blij mee”.

Zijn liefde voor taal uit Hut in zijn gedichten. Hij schrijft voornamelijk in het Fries, een taal die hij studeerde naast het Engels. “Ik ben van huis uit Friestalig opgevoed. Maar tijdens mijn studie Fries ben ik met woorden gaan ‘spelen’. Ik wilde eerst proberen om liedjes te schrijven, maar ik ben niet echt muzikaal. De woorden werden uiteindelijk gedichten. Ik kwam er achter dat de muziek al in de woorden zit.”

Voor de lintjesregen 2020 schreef Arjan Hut onderstaand gedicht:

Minsken

Kom wat tichterby, minsken

En wês en freon myld as storein,

tear as snie

wês in freon, as hasto gjin namme

wês in ûnsichtbere hân dy’t helpt

in mûle dy’t betrouwen jout

tonge dy’t suver sûnder bewegen

seit, ‘de ierde draait’.

Het is slechts een deel van het gedicht, maar het laat zien wat Arjan bedoelt als hij zegt dat de muziek al in de woorden zit.

Gedichten

In 2019 werd Hut gevraagd om als dorpsdichter – of wâlddichter zoals hij het zelf liever noemt – Meindert Talma op te volgens bij de gemeente Achtkarspelen. Bij bijzondere momenten maakt hij toepasselijke gedichten, zoals bijvoorbeeld bij de dodenherdenking op Blauforlaet, sportieve evenementen als de wielerronde van Surhuisterveen of de uitreiking van de ondernemersprijs. “Maar het kan ook zijn dat een winkelier mij vraagt om een gedicht te maken bij de opening van zijn zaak, dat ik een gedicht maak voor de opening van een park of dat ik een gedicht maak voor een persoon die bijvoorbeeld een lintje krijgt.”

Zo herinnert hij zich nog een optreden in Buitenpost in 2019. “We waren in De Point in Buitenpost en zaten te wachten op de brandweerman die onderscheiden werd. Hij wist nergens van en we moesten ons met de hele groep verstoppen achter een jukebox. Dat zijn momenten die heel gewoon leken, maar die nu onvoorstelbaar zijn. Je komt niet meer met groepen bij elkaar en je verstopt je al helemaal niet met allemaal personen dicht op elkaar. Corona en de quarantaine heeft heel wat veranderd in de wereld.”

Bekend

Als geboren Feanster kende Hut de gemeente Achtkarspelen goed. Hij woonde tot zijn negentiende jaar in Surhuisterveen en ging naar het Lauwers College in Buitenpost. Vervolgens ging hij studeren en verhuisde hij naar Leeuwarden, waar hij nog steeds woont met zijn gezin. Zijn liefde voor taal kwam al vroeg aan het licht. “Al op 6 of 7-jarige leeftijd was ik altijd aan het tekenen en schrijven. Ik maakte altijd mijn eigen boekjes en in mijn tienerjaren wilde ik ook graag striptekenaar worden.”

Het bezig zijn met woorden is dus al een levenslange passie van Hut totdat hij zich er vanaf 2001 serieus op ging toeleggen en er zijn werk van maakte. “Ik schreef gedichten en las ze eerst voor aan mijn familie en vrienden”, zegt Hut. “De reacties waren heel positief en ik heb vervolgens een gedicht opgestuurd naar een Fries tijdschrift en deze werd gepubliceerd. Vervolgens ben ik een bundel gaan schrijven en in 2005 mocht ik beginnen als stadsdichter van Leeuwarden. Ik verdien mijn geld met schrijven. Ik werk onder anderen voor het Friesch Dagblad, Friese tijdschriften en ik heb een werkbeurs om een nieuwe bundel te schrijven.”

Genieten

Hoewel Hut vrij verlegen is van nature, geniet hij als hij eenmaal op het podium staat. “Dat is heel apart. Ik voel me sociaal best wel eens ongemakkelijk maar ik vind het heerlijk om mijn gedichten voor te dragen. Het is heel leuk om in opdracht te werken. Ik moet soms schrijven over personen of zaken waar ik weinig van weet. Ik bedenk niet van tevoren wat ik wil gaan schrijven, maar ik laat het me meer overkomen. Zo moest ik eens iets schrijven over de cultuurnota en ik heb het woord coulissenlandschap er uit gehaald en daarmee ben ik aan de slag gegaan. Het is heel leuk om te schrijven over een onderwerp waar je weinig van weet. Ik praat na afloop ook graag met de mensen om te horen of het gedicht ook raak was. Ik mis dat contact op het moment wel.”

Onlangs was er in het gemeentehuis van Buitenpost nog een bijeenkomst – geheel coronaproof – waarbij Hut aanwezig was. “Ik typ mijn gedichten altijd uit op een mijn Olivette Valentino , een typemachine uit 1969. Het ziet er dan heel mooi uit. Ik heb het gedicht op A3 formaat geprint op een foambord en ik heb er ansichtkaarten van gemaakt en deze aan de personen overhandigd. Het was mooi om zo weer eens actief te zijn als wâlddichter.” 

Missen

Arjan mist het contact wel, ook omdat hij niet veel heeft met alle digitale middelen van tegenwoordig die in de coronatijd een steeds belangrijke rol zijn gaan spelen. “Ik hou niet zo van teams en zoom. Ik presenteer mijn gedichten het liefst voor een live publiek. Maar ik ben bang dat er de komende maanden nog steeds niet veel mogelijk zal zijn door de corona. Ik ben dan ook blij met het extra jaar. Ik hoop dat ik nog de kans krijg om veel gedichten te maken het komende jaar.” Door zijn functie als dorpsdichter leerde hij de gemeente waar hij is geboren op een heel andere manier kennen. “Mijn mem woont nog in Surhuisterveen en ik kom er dus nog geregeld. Maar ik leer mijn geboortegrond door mijn rol als wâlddichter veel breder kennen. En daar geniet ik volop van.”