Schrijven over het christelijk geloof

Ze begon al jong met schrijven. Tegenwoordig gebruikt ze haar schrijfvaardigheden om een boodschap over te brengen.

DROGEHAM - Haar eerste gedicht schreef Imka Ytsma-Wildeman toen ze een jaar of veertien was. Ontzettend verliefd was ze, en dat is van het gedicht af te lezen. De verliefdheid voor die persoon ebde op een bepaald moment weg, maar het schrijven bleef. Het schrijven werd voor haar een manier om de boodschap van God over te brengen. Ze schreef twee boekjes voor kinderen die uitgegeven werden, het één een dagboekje en het ander als steun bij het zelf leren bidden en zo een betere relatie aan kunnen gaan met God.

,,Dat boekje, 'Ik ga slapen, ik ben moe', schreef ik toen onze middelste dochter de leeftijd kreeg om zelf te leren bidden. We hebben samen zeven kinderen, Anne heeft vier dochters gekregen met zijn eerste vrouw, die jong overleden is. Samen kregen we nog twee zoons en een dochter. Ik heb dus heel wat keren op de rand van een bed gezeten te bidden voor het slapen gaan. Op een bepaalde leeftijd is het gebed 'Ik ga slapen, ik ben moe' niet meer passend, het wordt dan een gebed zonder inhoud. (riedeltje? Opzegversje?)  Ik heb de kinderen altijd geprobeerd te leren dat ze ook zelf het gesprek met de Heer aan konden gaan in hun gebeden. Dat het niet uitmaakt wat ze zeggen, dat Hij hun wel zou begrijpen. Die gesprekken had ik al zo veel gevoerd, dat ik vond dat ik het ook wel eens op kon schrijven. Daar is het boekje 'Ik ga slapen, ik ben moe' uit voort gekomen", vertelt Ytsma-Wildeman.

Ytsma-Wildeman maakt zich hard voor goed Bijbelonderwijs. Binnen het kerkgenootschap waar het echtpaar actief is heeft ze een paar jaar catechisatie gegeven en ook aan vluchtelingen, veelal vervolgde Christenen, geeft ze Bijbelstudie. Die laatste doelgroep gaat haar enorm aan het hart. ,,Er wordt veel gezegd dat vluchtelingen hun bekering gebruiken als middel om aan een verblijfsvergunning te komen, en dat als ze eenmaal die verblijfsvergunning hebben, zij niet meer in de kerk komen. Wij zien het ook van de andere kant; dat men zelfs wanneer er geen verblijfsvergunning komt en men moet terugkeren naar het land van herkomst, ze toch Christenen willen blijven. Zelfs als dat hun leven in gevaar brengt." Er zit een verschil in hoe vluchtelingen de Bijbel lezen, en hoe Ytsma-Wildeman dat zelf doet. Daar heeft ze door de jaren heen ook zelf een heleboel van geleerd. ,,Voor mensen die opgegroeid zijn zonder de Bijbel is alles nieuw, zij kunnen zich over bepaalde teksten verwonderen, die wij ons hele leven al gehoord hebben."

Onlangs schreef Ytsma-Wildeman ruim honderd korte stukjes tekst over de Bijbel, die ze deelt met haar catechisanten. Die stukjes tekst heeft ze 'De zandloper' genoemd. In 'De zandloper' hoopt ze meer duidelijk te maken over wat het christelijk geloof nu eigenlijk inhoudt. ,,In tegenstelling tot andere religies is het christelijk geloof niet een geloof van regels en wetten. Een vluchtelinge vertelde me eens dat toen ze nog tot de Islam behoorde, ze continu bang was regels te overtreden, en dat nu ze Christen was, ze zich vrij voelde, niet meer bang om fouten te maken. Dat is het grote verschil. In het christendom ga je een relatie aan. En in die relatie mag je fouten maken. Dat er helemaal geen God zou bestaan, het gaat er -  terecht - bij vluchtelingen niet in. Denk aan de belofte aan Abraham over de sterren en de zandkorrels, een belofte die dichterbij is gekomen door de ontdekkingen in de wetenschap. Waarom zou je alleen geloven wat je kunt begrijpen, op die manier het heelal als het ware in jouw hoofd opsluiten en niet geloven in de echte God die zóveel meer is?"